-
-
Stadsdeelcomplex Leidschenveen
Overheid
De uitbreiding en renovatie van het Paleis van Justitie in Den Haag was een omvangrijke complexe ontwerpopgave. Naast de hoog- van justitie is ook de laagbouw met zijn zittingszalen geheel gerenoveerd. De oude tochtige entreeruimte onder de eerste verdieping met de koude trappen die van alle kanten toegang gaven tot het gebouw, maakte het praktisch onmogelijk de verkeersstroom te controleren. De zittingszalen waren door het hele gebouw verspreid, zodat alle bezoekers ook vrijelijk door de kantoorgedeelten konden dwalen. Om deze problemen op te lossen hebben wij in ons ontwerp de openbaarheid en transparantie van het gebouw versterkt. De logistieke structuur voor het publiek en de gebruiker is helder geworden. Vooral de concentratie van de zittingzalen nabij het publieke gedeelte dat zich over twee lagen uitstrekt heeft hiertoe aanzienlijk bijgedragen.
Bij de laagbouw is sprake van een totale herindeling waarbij door creatief samenwerken tussen ontwerpteam en gebruiker een totale installatielaag en het entreegebied zijn omgezet tot gebruiksgebied. De doorzichtigheid van het openbare gedeelte - de begane grond en de eerste drie verdiepingen van het oude gebouw - het licht en de routing, maken dat er meer sociale controle is. Die doorzichtigheid begint al met de nieuwe entree: een grote hal die voor het publiek toegang geeft tot de roltrappen aan de voorkant. Door de glazenvitrine, die voor de oude voorgevel is geplaatst, kan men op die trappen naar buiten kijken. Dit centrale trappenhuis aan de voorkant is het oriëntatiepunt voor de bezoeker. Hij kijkt naar buiten waar hij zich in de stad bevindt en elke openbare verdieping komt er op uit.
De benodigde 47 zittingszalen, 48 enquêtekamers, het cellencomplex, de ruimten voor het Bureau Orde en Bewaking, de bibliotheek en het bedrijfsrestaurant zijn nu geconcentreerd in de laagbouw. Ook de eerste verdieping van het oude gebouw is daarbij betrokken. Hier was oorspronkelijk de machinekamer, het hart van de 80 verschillende luchtbehandelingssystemen die in de loop van de jaren waren geïnstalleerd om het werken in het gebouw draaglijk te maken. De plafonds zijn hier wat lager en dat maakte de verdieping door de Arbo-eisen minder geschikt voor permanent gebruik. Dat is opgelost door hier de enquêtekamers te concentreren, waar mensen slechts een aantal uren achtereen verblijven. Ze zijn voorzien van glazenwanden, bovendien komen de lichthoven ook uit op deze laag, waardoor er aan daglicht geen gebrek is.
De aanzienlijke capaciteitsuitbreiding is gerealiseerd door 5.400 m2 uitbreiding en 43.000 m2 bestaand geheel anders te organiseren en in te delen. Was het gebouw oorspronkelijk bedoeld om 470 mensen te huisvesten, in de jaren tachtig waren dit er al 740. Oud- en nieuwbouw bieden nu plaats aan 1.480 medewerkers. De bemande, halfronde, kersenhoutenbalies op elke verdieping zijn de verkeerscentrales. Daar wordt men verwezen naar de zittingszaal of enquêtekamer waar men moet zijn. Met de centrale entree met gescheiden toegangen voor publiek en personeel wordt aan de meest up-to-date beveiligingseisen van de Justitiegebouwen voldaan. Vanuit de centrale meldkamer is de gang van zaken binnen en buiten het gebouw te controleren. Elektronisch beveiligde deuren in oud- en nieuwbouw zorgen er voor dat het publiek niet meer kan dwalen in het kantoorgedeelte.